Basis Les 4: show don’t tell (Gratis voorbeeld)

Dit is een voorbeeldles. Koop alsjeblieft de cursus voordat je de les begint.

“Don’t tell me the moon is shining; show me the glint of light on broken glass.” ― Anton Chekhov

Ik had het al eerder over dit principe. Show don’t tell. Maar wat is nu precies het verschil tussen vertellen en laten zien?

Je kunt natuurlijk vertellen dat je karakter iets is. Bijvoorbeeld: Sil is een pestkop. Je kunt dit vertellen, maar het is sterker om het te laten zien: Sil pakte het schepje van het jongetje in de zandbak af en gaf het niet terug. Zelfs niet toen het jongetje begon te huilen.

Je lezer kan nu zelf bepalen of hij Sil wel of niet aardig vindt. Dit zorgt ervoor dat je lezer sterker betrokken raakt bij het verhaal. Sil zal waarschijnlijk niet aardig gevonden worden.

Nog wat voorbeelden:

  • Het was koud – Hun adem kwam in witte wolkjes uit hun mond.
  • Masha was verdrietig, maar probeerde het te verbergen – “Het is oke,” zei Masha, maar haar onderlip trilde en de knokkels van haar vingers waren wit.
  • Het is een troep in de keuken van Kris – De vuile borden stonden hoog opgestapeld en de pannen stonden op het gasstel dat nog aangekoekte resten vertoonde van de avond ervoor.

Probeer het nu zelf:

  1. Tanja is ontzettend netjes.
  2. Marcel was boos op Corné.

Tip: bedenk waaraan je kunt zien dat iemand netjes of boos of… is. Wat voor gebaren horen erbij? Hoe zou Marcel kunnen reageren op Corné? Waaruit blijkt dat Tanja netjes is?

Voordelen van ‘showing’

  1. De impact van showing is groter: als je iets meemaakt dan is dat indrukwekkender dan wanneer je erover vertelt.
  2. Het is overtuigender:  je kunt vertellen dat je karakter lief is voor anderen, maar als ze het zien, dan is dat veel sterker.
  3. Het is interessanter: als je over iets vertelt, dan kan dat net zo saai zijn als het lezen van de encyclopedie.
  4. Je leert meer over het personage: bijvoorbeeld hoe Marcel met emoties omgaat.
  5. Je hoeft het verhaal niet te onderbreken om iets te vertellen aan de lezer. Je kunt het laten zien; het is onderdeel van je verhaal.

Voordelen van ‘telling’

  1. Soms kun je beter een verhaal inkorten: je kunt een stukje laten zien van die vervelende betweterige oom, maar laat hem niet zijn hele preek over de voordelen van hardlopen afsteken. Dat kun je je lezer niet aandoen: het is al erg genoeg dat je personage het moet uitzitten.
  2. Als het een herhaling is van iets dat net gebeurd is. Je kunt dan beter vertellen dat je personage wordt ingelicht over de afgelopen paar uur.
  3. Soms moet je gewoon vertellen waar je personage vandaan komt: je kunt het vast laten zien, maar waarom zou je een omweg maken? Als bijvoorbeeld de vader en de opa van het personage ook dokter waren, vertel dat maar gewoon.
  4. Ga je echt laten zien dat je personage vijf uur vertraging heeft met het vliegtuig? Ik hoop het niet, tenzij er iets belangrijks gebeurt in die vijf uur.

Je ziet dat je dus soms ook gewoon dingen mag vertellen. Het is niet altijd verplicht om dingen te laten zien: vertellen mag ook.

Tip: ben je teveel aan het vertellen? Voeg een dialoog toe. Of als je personage alleen is, zet dan een ander personage bij hem of haar in de ruimte. Dan kunnen ze met elkaar in gesprek. Het is lastig om iets te laten zien als je personage alleen is.

De tien minuten opdracht

Je gaat een scene schrijven waarin je laat zien wat er gebeurt. Hier is de opdracht: Elisabeth houdt niet meer van haar vriend, die op het punt staat haar ten huwelijk te vragen. Laat zien hoe Elisabeth reageert op het aanzoek en hoe ze reageert op haar vriend in het algemeen.

Zet de wekker op tien minuten. Schrijf het verhaal op en blijf schrijven tot de wekker gaat. Corrigeer je verhaal niet en het is niet erg als je verhaal niet af is, na die tien minuten. Bekijk na tien minuten wat je hebt geschreven. Als het je bevalt kun je nog doorschrijven nadat de wekker is gegaan.

Dit was de vierde les. Beantwoord de quizvragen en klik daarna op de knop om je les af te ronden. Dan kun je daarna verder met les vijf.

Les vijf gaat over focalisatie, ook wel het vertelperspectief genoemd en hoe je het juiste point of view kiest voor je verhaal. Tot de volgende les!

Lestags: korte verhalen schrijven, show don't tell, showing, telling
Terug naar:Verhalen schrijven – de basis