Structuur 1: de plot schrijven (Gratis voorbeeld)

Dit is een voorbeeldles. Koop alsjeblieft de cursus voordat je de les begint.

“The whole magic of a plot requires that somebody be impeded from getting something over with.” – Renata Adler

Nu je een profielschets hebt gemaakt van je karakter, kun je gaan beginnen met het structureren van je verhaallijn. Een ander woord voor verhaallijn is plot. De kern van een verhaal is het doorbreken van een taboe. Als een taboe niet doorbroken wordt, dan is er geen verhaal. Kijk maar:

  • Sneeuwwitje nam een appel aan en at ervan;
  • Assepoester kwam te laat thuis;
  • Roodkapje bleef niet op de weg lopen, maar ging van het pad af;

Er moet dus iets gebeuren in een verhaal, een verandering. Een verhaal moet een verloop kennen. Dit kan zijn:

  • Een gebeurtenis: meisje wordt verliefd – meisje krijgt relatie met jongen
  • Een beslissing: meisje wil trouwen met Arjen – meisje besluit toch met Erik te trouwen
  • Een verandering in relatie: ze haten elkaar – ze houden van elkaar
  • Een karakterontwikkeling: Martijn is een eikel – hij leert om minder eikelig te zijn
  • Een verandering in de lezer: Alie wordt erin geluisd bij een bankoverval – ze blijkt daadwerkelijk schuldig te zijn
  • De realisatie dat niets verandert: dromen van een nieuw leven – het nieuwe leven is onbereikbaar

Dat wat tussen de twee gebeurtenissen beschreven wordt, is het plot.

Hoe kom je van A naar B?

Daarvoor moet je een probleem of conflict in je verhaal brengen. Als bij A alles goed is, dan hoef je je verhaal niet te schrijven. Daarom moet er iets gebeuren waardoor je personage zijn of haar leven drastisch wil omgooien. Dit is het klassieke schema voor een verhaal structuur: introductie van personage en conflict – de strijd van je personage met het conflict – het resultaat.

Tip: als je vast zit in een verhaal, kijk dan of je conflict wel helder genoeg is.

Een conflict bedenken

Bijvoorbeeld:

Ida wil het allerliefste een wereldreis maken van een jaar. Ze wint een grote prijs in de loterij en kan de reis dus maken. Ondertussen krijgt ze ook haar droombaan aangeboden. Ze moet alleen wel de volgende dag beginnen. Conflict!

De tien minuten opdracht

Zorg dat je wekker klaarstaat en dat je pen en papier in de buurt hebt.

  1. Pak je profielschets van les twee erbij. Wat wil je personage het allerliefst? Schrijf dit op.
  2. Bedenk een groot probleem of obstakel dat je personage moet overwinnen om de hartewens te bereiken. Schrijf dit probleem ook op.
  3. In welke situatie zou je karakter drastische maatregelen nemen om zijn hartewens te bereiken? Schrijf ook deze situatie op. Dit is punt A in je verhaal.
  4. Maak een lijst van de problemen die je personage bij elke stap die hij of zij neemt tegen kan komen.
  5. Deze stappen zijn het plot van je verhaal. Organiseer de gebeurtenissen zo dat ze opbouwen in moeilijkheid of intensiteit. Vaak kun je ze ook op volgorde van tijd of logica neerzetten. De acties van je karakter worden in ieder geval steeds drastischer en de problemen steeds groter. Het grootste probleem noemen we de “climax” van je verhaal.
  6. Er is een moment in je verhaal waar het duidelijk wordt of je personage krijgt wat hij of zij zo graag wil hebben. Als je dat in je lijst ziet staan, omcirkel het dan, of voeg het nog toe. Dit is vaak het laatste obstakel dat je personage moet overwinnen. Punt B, het resultaat, wordt meestal vlak daarna bereikt.

Nu heb je een personage en een verhaalstructuur. Bewaar ze goed, je hebt ze weer nodig in les 4.

In les 4 bespreken we hoe je scenes kunt schrijven en hoe je het beste gebruik kunt maken van het show don’t tell-principe.

Maak nog even de quiz en druk daarna op de knop om de les compleet te maken.

Tot de volgende les!

Lestags: conflict, korte verhalen schrijven, plot, structuur
Terug naar:De structuur van je verhaal